print deze pagina

Zie Depressiviteit Niet Over Het Hoofd

Door: Suzanne Wijers

DepressieOver- én onderdiagnose kenmerken de wereld van depressie en manisch-depressieve stoornissen. Over één ding lijkt iedereen het wel eens: er moet meer aandacht komen voor terugvalpreventie.

De scheidslijn tussen een gelukkig leven en een depressie is minder groot dan vaak wordt gedacht. Hoewel er verschillende testmethoden bestaan, wordt de aandoening door huisartsen vaak over het hoofd gezien. “Maar door dat gebrek aan kennis komt overdiagnose naar schatting net zo vaak voor”, vertelt
Ruud Jonkers, waarnemend voorzitter van de Depressievereniging. Volgens de vereniging lijden circa 800.000 mensen aan een depressie of de gevolgen ervan. Daarbovenop komt nog eens een groep van bijna 290.000 mensen met een manisch-depressieve stoornis.

Bipolaire Stoornis

Een manisch-depressieve of bipolaire stoornis kenmerkt zich door zogeheten hypomane of manische episodes waarin iemand heel euforisch, druk en uitgelaten is en periodes waarin diezelfde persoon depressief is. Omdat patiënten met een bipolaire stoornis ook periodes kennen waarin ze normaal gestemd zijn, is de diagnose lastig te stellen. “Patiënten gaan vaak tijdens
een depressieve periode naar de huisarts. En deze stelt lang niet altijd de
juiste vragen”, verklaart Saskia Storimans, voorzitter van de Vereniging van Manisch Depressieven en Betrokkenen. “Door te vragen naar de periode ervóór en te onderzoeken of iemand daarin een manische periode heeft gehad, zou je tot een andere diagnose komen.”

Behandelingen

Over het soort behandelingen van depressiviteit en de effectiviteit ervan, is veel te doen geweest. Niet in de laatste plaats omdat circa 1,1 miljoen mensen antidepressiva slikken. “Dat is fors. Er zijn voldoende alternatieven. Cognitieve behandeling zal bijvoorbeeld in veel gevallen werken, afhankelijk van het totale ziektebeeld.” Een relatief nieuwe behandelvorm die bij bipolaire stoornissen wordt ingezet, is het Welness Recovery Action Plan (WRAP). Het bijzondere aan deze vorm is dat de patiënt (tijdens een goede periode) zelf het plan schrijft. Storimans: “Door deze vorm van zelfmanagement voelt de patiënt zich meer betrokken en verantwoordelijk. Daar zit de kracht van deze behandelvorm in.”

Taboe

Op depressiviteit en manisch-depressieve stoornissen rust een groot taboe. Jonkers: “We móéten erover praten. De kans op terugval is met 30 procent namelijk realistisch. Na twee depressies is die kans zelfs 70 procent.” Terugvalpreventie verdient daarom veel meer aandacht dan het nu krijgt. “Wij pleiten voor psycho-educatie”, vertelt Storimans. “Het is ontzettend belangrijk dat de patiënt, maar ook diens naasten, geïnformeerd worden over de symptomen.” Maar ook voortzetting van de therapie en sporten worden aangeraden. Jonkers: “Zo verklein je de kans op terugval en vergroot je de kwaliteit van leven.”

Meer informatie: www.depressievereniging.nl en www.vmdb.nl