print deze pagina

Psychotherapie

Naast de voorgeschreven medicijnen (farmacotherapie), voorlichting en psycho-educatie, kan de behandeling ook bestaan uit het volgen van therapieën. Onderscheid moet dan gemaakt worden in therapieën die in het gangbare ziekenfonds- en AWBZ-pakket zitten en de zogenaamde aanvullende behandelingen die alleen bij extra verzekering voor een gedeelte vergoed worden.

Hieronder volgen therapieën die in het gangbare pakket zitten. Dat hoeft niet te betekenen dat u deze therapieën door uw behandelaars aangeboden krijgt. Als u denkt dat één van de therapieën voor u heilzaam zou zijn, vraag er uw behandelaars dan naar!

  • psychotherapie: terugval (recidieven), restverschijnselen, beperkingen en psychosociale problematiek zijn hindernissen, die door psychotherapie (systematische psychische interventie) kunnen worden aangepakt. Psychotherapie kan helpen therapie-ontrouw te verkleinen. Verder kan psychotherapie nuttig zijn bij het weer opbouwen van een leven na de soms verwoestende uitwerking van de stemmingsschommelingen.
  • cognitieve therapie: hierbij wordt, naast voorlichting, aandacht besteed aan de gedachten bij de depressie en manie: stemming, gedachten en gedrag zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De nadruk ligt op tijdige herkenning van beginnende ziekte-episoden. Patiënten leren bij begin van manie weerstand te bieden aan ‘het steeds meer gaan doen’; bij een beginnende depressie aan ‘het nietsdoen’ door zinloze of ongunstige gedachten te bestrijden en te oefenen met alternatieven.
  • interpersoonlijke en sociaal ritmetherapie (IPSRT) Hierbij wordt het gesprek met de therapeut (interpersoonlijke psychotherapie: IP) gecombineerd met adviezen gericht op een vast dag- en nachtritme en stabiele patronen van activiteit. Doel is acceptatie van de levenslang durende stoornis te verbeteren en de kans op recidief (terugval) te verminderen.
  • gezinstherapie (Family Focus Therapy FFT): De behandeling bestaat uit psycho-educatie, communicatie-training en training in oplossen van problemen. Met name jongere patiënten, die nog veel contact hebben met ouders, broers en/of zusters en zelf nog thuis wonen, vinden dit nuttige therapie, die net als de IP/SRT aansluit bij wat toch al gebeurt.

Bij de psychotherapeutische behandelingen gaat het om inbreng met als uitgangspunten: (1) de behandeling is kort (10-20 gesprekken) (2) start tijdens of kort na een acute episode (3) komt naast en niet in plaats van farmacotherapie (4) bevordert medicatietrouw (5) start met psycho-educatie (6) is gericht op het heden (7) en is vooral praktisch, gericht op alledaagse dingen.

Nadruk ligt op acceptatie van de ziekte, regelen van de levensstijl (regelmaat van activiteit, (nacht)rust, beperken van stress), signaleren van vroege verschijnselen, en een actieplan hoe dan te handelen. Indien er geen psychotherapeut beschikbaar is, dan kunnen diverse onderdelen toegepast worden door andere deskundigen, zoals een SPV.

Bij depressiviteit kunnen er nog twee andere therapieën ingezet worden:

  • lichttherapie: u wordt in een kamer geplaatst waarbij u blootgesteld wordt aan daglicht. Dat heeft een gunstige invloed op uw stemming
  • electroconvulsietherapie: u krijgt onder een lichte roes kleine electrische schokjes. Deze therapie wordt alleen in zeer bijzondere gevallen ingezet.

Ook voor deze beide laatste therapieën geldt: denkt u er baat bij te hebben, vraag er uw behandelaars naar!