print deze pagina

Thema erfelijkheid

Erfelijkheid en persoonlijke ontwikkeling (en dus ook de bipolaire stoornis) spelen op elkaar in. Als er genen aanwezig zijn waarin bipolaire “kiemen” huizen, hoeft dat niet te betekenen dat die genen worden geactiveerd. Er is interactie met wat je overkomt.

Het is gebleken dat kinderen die in hun jeugd zijn getraumatiseerd, vaak later een ernstiger variant van de stoornis krijgen. Kinderen die vroege separaties hebben meegemaakt, blijken meer kans te hebben om ziek te worden. Mensen met depressies blijken meer dan gemiddeld te hebben meegemaakt dat ze belangrijke anderen zijn kwijtgeraakt.

Iemand met een bipolaire stoornis heeft 20 procent kans een kind te krijgen dat een depressieve of bipolaire stoornis heeft. Een stel waarvan beiden de bipolaire stoornis hebben, heeft 50 procent kans. Een kind van een zus van een bipolair patiƫnt heeft 2 procent kans, wat hetzelfde is als het gemiddelde in de samenleving.

Naast erfelijkheid bestaat er ook zoiets als pseudo-erfelijkheid. Dit is de erfenis die een kind van een bipolaire ouder krijgt nadat hij of zij op de wereld is gezet. Het “voorleven” van een bipolaire stoornis door de ouder, kan een kind manieren van reageren aanreiken die op een bipolaire stoornis lijken.