print deze pagina

Wel of geen kinderen krijgen?

Mijn ervaringen als vader en vrijwilliger van de lotgenotenlijn

Begin 1973 leerde ik mijn echtgenote kennen en eind dat jaar trouwden we ook. Mijn eerste episode ging vergezeld van een zeer zware psychose en een lange eerste opname volgde begin 1974. Mijn echtgenote bleek in verwachting te zijn en we verheugden ons zeer op de geboorte van ons eerste kind. Voor mij was alles heel erg dubbel. Door mijn ziekte kende ik gevoelens van grote blijdschap en ook droefheid. Eind 1974 werd mijn diagnose gesteld, en ik bleek een bipolaire stoornis (BS) te hebben. Niet wetend wat dit ziektebeeld eigenlijk inhield, probeerden we er toch het beste van te maken. Ook stond ons nog een verhuizing te wachten.

Eindelijk ons eerste eigen huisje. In september 1974 beviel mijn vrouw zonder mijn aanwezigheid en stond ze er alleen voor. Zelf werd ik nog verpleegd in een psychiatrische kliniek. Ik werd op kantoor geroepen en plompverloren werd me medegedeeld dat ik vader was geworden van een zoon. Ik kon mijn gevoelens moeilijk omschrijven. Ik huilde, was enorm geëmotioneerd en wilde perse naar mijn vrouw toe. Dit werd gezien mijn toestand verboden.

Deze negatieve beslissing zou me mijn leven lang achtervolgen. Nog altijd heb ik grote moeite om mijn ware gevoelens richting onze zoon te tonen. De volgende dag echter was er een psychiatrisch verpleegkundige die alles beter begreep. Hij leende me tien gulden en zei: “koop een bos bloemen, neem de bus en ga naar je vrouw toe.” Niemand kan mijn gevoelens van vreugde en blijdschap voelen toen ik de houten trap in huis opstormde. Ik deed links de slaapkamer deur open en keek gelijk op het bed waar een kraamverzorgster net bezig was onze zoon te verschonen. Wat was hij mooi, oh zo mooi. Ik kuste mijn vrouw en omhelsde haar. Samen huilden we en kort daarna mocht ik hem voor het eerst in mijn armen nemen. Dit intense moment heb ik nooit vergeten. Ik voelde me heel erg schuldig dat ik niet bij de bevalling mocht zijn. Ik bleef nog enkele uren en we nuttigden ook beschuit met muisjes. Dit waren de mooiste maar ook heftigste dagen van mijn leven.

Nu bijna 40 jaar later en terug kijkend op ons leven, stel ik rustig dat ik mijn ziektebeeld compleet helemaal onder controle heb. Enkel stemmingswisselingen spelen me nog steeds parten.

Ik zit al meer dan zeventien jaar aan de Lotgenotenlijn van de VMDB en heb mening gesprek gevoerd over wel of geen kinderen nemen als een van de ouders de stoornis heeft. Deze beslissing ligt altijd bij de beide ouders. Wij van de Lotgenotenlijn kunnen enkel de voor en nadelen met de aanstaande ouders op een rijtje zetten. Op zich is wel of geen kinderen nemen een vreselijk moeilijke beslissing. U mag aannemen dat als een van de ouders de ziekte heeft, BS voor 20% erfelijk is en hebben beide ouder het ziektebeeld dan is dat percentage al snel 35%.

Laatst had ik een gesprek met een vrouw van 38 met een nieuwe partner die zelf de ziekte had en perse met deze nieuwe man nog een kind wilde. “Meneer wat moet ik doen?”, begon ze het gesprek. “Mijn verlangen naar een kind van mijn nieuwe vriend is zo groot en dit zal ook de laatste kans zijn gezien mijn leeftijd.” Ze huilde en wist zich geen raad.

“Hebt u alles met u nieuwe vriend doorgesproken? Hoe stabiel bent u zelf en hoe staat u in het leven? Kunt u uw kind verantwoord groot brengen. Stel het heeft ook de stoornis,” hield ik haar voor. Toen werd het stil aan de andere kant van de lijn. “Bedenk dat ik u niets uit uw hoofd wil praten, maar er rust een grote verantwoording op u beider schouders.”

Zelf hebben wij een zoon van nu bijna 40 die gelukkig de ziekte niet heeft, daar zijn wij God heel erg dankbaar voor. Ik gaf haar nog mee dat onze zoon en mijn lieve echtgenote vooral de eerste acht jaar vanaf de geboorte er alleen voor hebben gestaan, dit door de vele langdurige opnames van me zelf.

Enkele maanden later belde deze mevrouw me opnieuw en zei dat ze samen toch voor een kind gekozen hadden. Ze bleek twee maanden zwanger te zijn. Ik was heel erg blij voor hen en hoopte dat alles verder voorspoedig zou verlopen.

Aan een ieder die voor deze moeilijke beslissing van wel of geen kinderen nemen komt te staan raad ik het volgende aan. Verzamel zoveel mogelijke informatie, weeg alle voor en tegens tegen elkaar af. En laat u niet leiden door de emoties van dat moment, of de mening van anderen hoe goed bedoeld ook. Bedenk ook dat als uw kind later BS heeft, u daar mogelijk heel veel spijt van hebt en u misschien met grote schuld gevoelens blijft zitten. Maar ik wens u toe dat als u kiest voor een kind het gezond mag zijn en u veel vreugde in u leven mag brengen.

Huub Hendriks Medewerker Lotgenotenlijn VMDB