print deze pagina

Opnames in Parijs

De eerste keer dat ik in een psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen in het buitenland was in het holst van de nacht.

Ik kan me nog herinneren dat iemand de weg afzette zodat ik begeleid kon worden naar een aftands bestelbusje. Kort te voren waren mijn ouders telefonisch ingelicht. Onderweg werd ik verzocht een papier te ondertekenen waar ik moeite mee had omdat de medicatie al was begonnen te werken. Toen ik de volgende dag wakker werd, lag ik in een bed en merkte ik dat ik mijn eigen kleding niet aan had. Ik greep mis naar mijn horloge en mijn mobiele telefoon. In de aangrenzende tuin nam ik plaats op een stoel en zag ik dat er een omheining was. “Zat ik ergens in Parijs opgesloten?” Ik heb een douche genomen in een ruimte die veel weg had van een doucheruimte van een clubhuis. Eten werd gebracht in mijn kamertje op een dienblaadje maar dat eten vertrouwde ik niet.

Toen mijn Franse partner met onze dochter van een paar maanden oud langskwam, was ik nog niet gerustgesteld wat me te wachten stond. Ik moest sowieso niks van hem hebben omdat ik in mijn psychose hem er onder meer van verdacht dat hij me had willen vergiftigen met pasta saus uit de vriezer. Diezelfde dag werd ik gezien door een jong ogende psychiater met een Poolse achternaam. Toen het gesprek was afgerond, vroeg ik om mijn medicatie die mijn behandelend, vrij gevestigde psychiater de dag ervoor voorgeschreven had. Het erge was dat ik het spul zag liggen maar er niet bij kon (de plank was ter hoogte van een bureau waar de verpleging achter zat). Voor ik er erg in had, was ik omringd door personeel van het ziekenhuis met witte jassen aan en werd ik platgespoten. Ik verzette me maar er was niets tegen te doen. Toen ik ontwaakte, stonden mijn vader en mijn broer uit Nederland naast mijn bed. Het bed stond in hôpital Bichat, Secteur Montmartre, aan de binnenring van Noordoost Parijs. Mijn ervaringen van de 2 weken durende ziekenhuisopname die erop volgde, was dat ik in het begin geen enkel vertrouwen had in het hele gebeuren en dus de medicatie door de wc doortrok, minimaal at in de kantine waar de patiënten afgezonderd aten van de verpleging en smulde van de reep chocolade die een mij bekende mevrouw op leeftijd had afgegeven bij de portier. In mijn psychose waarbij ik dacht dat mijn telefoonnetwerk was overgenomen door het groepje anarchisten waar mijn Franse partner intensief mee omging, was deze vrouw op leeftijd de enige die ik vertrouwde. Zij was me op komen zoeken op de rue Caulaincourt in Montmartre waar ik in de haast naar toe was gesneld de dag er voor, mijn dochter achterlatend bij haar Franse vader. Ik had daar sowieso een afspraak met mijn psychiater die ik was gaan bezoeken vanaf de geboorte van mijn dochter, uit angst voor herhaling van een psychose die ik 13 jaar eerder voor het eerst had meegemaakt.

De afdeling psychiatrie van ziekenhuis Bichat was vrij klein. Desondanks heb ik niet de indruk gehad dat de kamers gedeeld werden. Voor de rokers was er een buitenruimte toegankelijk die later is gesloten vanwege suïcide gevallen vanaf dat dak. De gemeenschappelijke ruimte had veel weg van een zaal voor bejaarden die naar een stokoude televisie staren. Het ging mij er niet om dat er geen platscherm aan de muur hing, maar dat het beeld zelf zo treurig was. Verder was er een kleine ruimte met spelletjes van vroeger. Er was dus bij lange na geen ruimte voor een pingpong tafel (mijn enige referentiekader bij deze opname was immers de film “One flew over the cuckoo’s nest”).

Als ik gezien werd door een dokter kon het voorkomen dat ik half bewusteloos (door de medicatie) het gesprek in ging. Ik heb meegemaakt dat een mede patiënt naakt naast mijn bed stond. Het personeel heeft me toen een andere kamer aangeboden die ik kon afsluiten. Keek ik naar buiten, dan zag ik de “ergste” gevallen op een lagere etage buiten lopen. Ik zal nooit vergeten hoe ik schizofrenie patiënten daar letterlijk zag worstelen met hun demonen.

Ik was moeilijk telefonisch bereikbaar voor mijn ouders in Nederland. Het was niet de bedoeling dat ik het initiatief nam voor telefonisch contact.

Na 2 weken opname ging ik aan het werk bij mijn nieuwe werkgever die van niks wist. De dag dat ik ontslagen was, begon ik 40 uur per week te werken voor een Nederlandse werkgever in Parijs! Aangezien ik iedere dag tientallen druppels haldol slikte, liep ik er als een zombie rond en had ik veel moeite met het uitvoeren van de administratieve taken. Het was voor mij echter cruciaal dat ik kon werken omdat zonder inkomsten het leven in Parijs veel te duur is. Ik kwam eerder niet in aanmerking voor een uitkering via mijn oude werkgever omdat deze geweigerd had me te ontslaan al liep de start up niet lekker.

De begeleiding na mijn eerste opname in Frankrijk is nihiel geweest. Dit had ook te maken met mijn keus al was ik er niet bewust van geweest hoe het systeem precies in elkaar stak. Het punt was dat ik 1,5 maand nadat ik het ziekenhuis had verlaten in een diepe depressie terecht was gekomen. Deze depressie ging 8 maanden lang duren. Om de 2 weken had ik een afspraak met mijn psychiater naar wie ik verwezen was door mijn huisarts, vanaf het begin. Ik werd totaal niet opgevangen en bleef dus dag in dag uit in bed liggen. Ik had veel telefonisch contact met het thuisfront in Nederland. Het is bijzonder dat mijn Franse partner me toen niet heeft laten stikken. Onze dochter had inmiddels een plaats gekregen op de gemeentelijke crèche om de hoek van het huis van mijn partner, dit dankzij mijn opname. Een meevaller want anders hadden we een oppas moeten delen met een ander gezin en was deze oppas om de week bij ons in huis van 45 m2 geweest met mijn dochter en nog een kind.

Mijn behandelend psychiater van de rue Lamarck had weliswaar ingezien dat het niet om een postnatale depressie ging maar verder niet. Hij was er wel voor de pillen maar niet voor het praten terwijl het bordje bij de ingang van het gebouw het tegendeel suggereerde. Ik ben nog doorverwezen naar een vrouwelijke therapeut die Nederlandstalig was, maar bij haar was ik niet onder de indruk van haar bekwaamheid. Toen ik maandenlang antidepressiva (waaronder Cymbalta) bleef slikken (ook lang nadat de depressie voorbij was) ben ik met Pasen 2009, met een bezoek met mijn schoonfamilie aan mijn familie in Nederland, met een psychotisch manisch beeld opgenomen. Ik had destijds de medicatie van de ene op de andere dag moeten staken van de Franse psychiater terwijl ik dacht dat zoiets beter afgebouwd kon worden. De diagnose Bipolaire stoornis I werd gesteld door een zeer vakkundige vrouwelijke psychiater uit België in het ziekenhuis te Dordrecht. Terug in Parijs heb ik direct contact gezocht met de polikliniek CMP (Centre Médico – Psychologique) om me in te schrijven als regulier patiënt. Ik hoefde voortaan niet meer €65 per consult van amper 10 minuten te betalen. Het was nogal teleurstellend dat de psychiater waar ik voor die tijd aldoor gezien was in alle haast een op een papiertje had gekrabbeld wat ik voor medicatie had geslikt in plaats van een journaal op te maken van alles wat ik hem had toevertrouwd!

Het grote verschil voor mij met mijn eerste opname in Frankrijk en 1,5 jaar later in Nederland is dat ik in Parijs slechts 2 weken in het ziekenhuis hoefde te blijven terwijl ik in Dordrecht maar liefst 2 maanden verbleven ben. Hetzelfde patroon herhaalde zich later met kerst 2010 in Parijs; ter gelegenheid van mijn derde ziekenhuisopname: toen bleef ik in hetzelfde Bichat ziekenhuis tot oud en nieuw voorbij was en daarmee dus hooguit 2 weken. Kwestie van beddentekort? Aan de ene kant was ik de eerste keer niet helemaal alleen (zoals velen in de psychiatrie) en kon ik terugvallen op mijn Franse partner. Aan de andere kant stond ik de laatste keer in Parijs in het Bichat ziekenhuis er helemaal alleen voor: ik had besloten niet te trouwen en in China te gaan wonen maar na vijf jaar Parijs weer naar Nederland terug te keren, met mijn dochter.

Binnen de 2 weken opname tijdens de kerstvakantie 2010-2011 was er nauwelijks sprake van vrijheden: die kreeg je hoogstens als je een dag naar huis mocht. Een dagopening was er niet maar er was dan ook überhaupt geen dagbesteding. Een behandelplan behoorde ook niet tot de mogelijkheden. Ik werd trouwens gezien als patiënt en dus niet als cliënt en dat beviel me prima.

Ik kon bij de polikliniek CMP met de regelmaat van 1x per maand mijn behandelend psychiater zien, veelal vrouwen. Er liepen ook verplegers rond maar ik heb hen slechts bij het intakegesprek gesproken. Een signaleringsplan of iets dergelijks werd niet opgesteld. Bij dit centrum werd ik goed geholpen al werd ik op de dag dat ik aanvoelde dat het voor de tweede keer mis dreigde te gaan in Parijs met een kluitje in het riet gestuurd. Er was niemand bij de balie die de ernst van mijn vraag naar mijn behandelend arts had ingezien. “Ik moest wachten tot woensdag” om mijn behandelend psychiater docteur Leblanc te zien. Het was maandag en dus had het geen zin voor mij zolang te wachten. Intussen kon ik niet de Zyprexa terugvinden in huis (advies van mijn ouders – beide gepensioneerd huisarts). Wat me tegenstond met de 2e opname in Parijs was dat mijn Franse partner meeging met onze dochter van 3,5 jaar oud. Ik werd liggend vervoerd in een busje en zij lag tegen me aan! Ik was weer gebracht naar een tussenliggend station waar ik wederom werd afgevoerd na een injectie in het dijbeen. De medicatie was vooral gericht op het terugdringen van mijn waanideeën mbv ‘tercian’ en verder moest ik het slikken van téralhite (Lithium) voortzetten.

Ik was overigens niet de enige buitenlander in het Parijse ziekenhuis.

Betaal ik in Nederland een eigen risico en maandelijks een behoorlijk hoog bedrag aan de Zorgverzekeraar, hoef je in Frankrijk niets te betalen als patiënt met een chronische aandoening: het Ziekenfonds ‘Sécurité Sociale’ is wat dat betreft nog een stukje paradijs op aarde. Je krijgt in Frankrijk de patiëntgegevens mee en het recept ook dat wordt niet gefaxt naar de dienstdoende apotheek. Het stikt er van de pharmacies. Weinig medici hebben hun praktijk geautomatiseerd. Voor het analyseren van de lithiumspiegel wordt er vaker dan 1x in de 3 maanden in één van de vele laboratoria geprikt.

Al met al leer je een land dat niet eens zo gek ver van je vaderland ligt pas echt kennen in een situatie als deze. Ik kan me wel troosten met de gedachte dat ik niet als een ‘malade imaginaire’ (Molière) gezien werd!

Annemerveille