Toelichting
In 2000 presenteerde Hirschfeld dit screeningsinstrument, de Mood Disorder Questionnaire (MDQ) ten behoeve van de diagnostiek van bipolaire spectrumstoornissen. Het betreft een zelf in te vullen vragenlijst die snel en makkelijk kan worden gescoord. De MDQ-NL is de vertaalde versie.
Bij vraag A gaat het om 13 ja/nee items die allemaal betrekking hebben op symptomen van een (hypo)manie. Bij vraag B gaat het over het tegelijk voorkomen van deze symptomen/verschijnselen en vraag C betreft het functioneren: in welke mate hebben de eerder genoemde symptomen/verschijnselen geleid tot disfunctioneren. Hierop zijn vier antwoorden mogelijk: geen, enige, aanzienlijke en ernstige beperkingen.
Deze lijst is getest bij een groep van 198 patiënten afkomstig van 5 poliklinieken voor stemmingsstoornissen. Deze patiënten kregen naast een MDQ ook nog een SCID (Structured Clinical Interview for DSM-IV Axis I disorders), dit is een semi-gestructureerd diagnostisch onderzoek. Hieruit bleek dat wanneer je bij vraag A 7 vragen met “ja” hebt beantwoord, een “ja” hebt ingevuld als antwoord op vraag B, en een bevestiging van “aanzienlijke problemen” bij vraag C, dat de kans dat je lijdt aan een bipolaire stoornis ongeveer 70 % is en dat 90 % van de mensen hiermee kan worden opgespoord. Voorwaarde was wel dat deze lijst werd gebruikt bij patiënten die bij een polikliniek voor stemmingsstoornissen in behandeling waren. Wanneer je de lijst gebruikt bij de algemene bevolking vallen deze cijfers minder gunstig uit.
Hoewel er alle reden is enthousiast te zijn over de bruikbaarheid van de MDQ in een stemmingspolikliniek, zijn er wel een paar kanttekeningen te maken over de wijze van scoren. Onder de 13 items van de eerste vraag wordt gevraagd naar een aantal symptomen die ook goed zouden kunnen passen bij ADHD, borderline persoonlijkheidsstoornis. Precies die stoornissen die soms moeilijk zijn te onderscheiden van de bipolaire stoornis.
Er van uitgaand dat de MDQ ook gebruikt zal worden bij patiënten die juist geen echte manieën in hun voorgeschiedenis hebben doorgemaakt, is de score van vraag C erg afhankelijk van het eigen oordeel van een patiënt. Juist bij mensen met acceptatieproblemen zie je nog wel dat de eigen inschatting van problemen niet geheel overeen komt met die van bijvoorbeeld een betrokkene. In die gevallen is er dus ten onrechte sprake van een negatieve uitslag van de MDQ-NL


